Meedoen, participeren in de maatschappij is niet altijd vanzelfsprekend. Vooral niet voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De gemeente Sittard-Geleen doet dagelijks tal van inspanningen om deze doelgroep weer een stap op de werkladder te laten zetten, met regulier werk als ultieme doel. Sittard-Geleen boekt mooie resultaten met screening en het diagnostisch centrum ‘De Werkplaats’. Zeker sinds de jongste verbeteringen. Een gesprek met unitcoördinator Herbert Hoofwijk en screeners Cor van Loon en Ans Jongen.

Herbert Hoofwijk werkt sinds een jaar als unitcoördinator Werk bij de gemeente Sittard-Geleen. Mede op basis van zijn ervaringen elders, zag hij snel dat de Screening en Werkplaats voor verbetering vatbaar waren. “Ik ben gaan sleutelen aan de screening, met name omdat ik meer mensen in de Werkplaats wilde hebben. Ik merkte ook dat een traject in de Werkplaats best lang duurde. Het was niet helemaal duidelijk wanneer mensen gingen starten, maar ook niet wanneer het traject werd afgesloten. Dat wilde ik helder hebben. Nu weet een kandidaat na screening dat hij/zij in de Werkplaats een traject ingaat van maximaal drie maanden. Ook de inhoud van het traject wordt duidelijk uitgelegd.”

Ervaring opdoen

Tijdens het traject krijgt iedere kandidaat de kans om van acht sectoren te proeven, zoals logistiek, houtbewerking en textiel. Om in de Werkplaats gediagnosticeerd te worden, moeten de personen een arbeidspotentieel tussen 20 en 100% hebben. Minimaal vier sectoren moeten ze verplicht doorlopen. “Ik vind dat mensen breder moeten kijken dan de sectoren waar ze ervaring in hebben. Alle kandidaten in de Werkplaats moeten vier weken na hun start ook minimaal vier dagdelen per week aanwezig zijn. Anders kunnen we geen gedegen diagnose stellen. Tijdens vaste evaluatiemomenten worden ze op diverse onderdelen getoetst. Bijvoorbeeld op hun competenties. Uiteindelijk komt daar een gedegen plan van aanpak uit. Spelen er meerdere problemen, zoals verslavingsproblematiek of schulden, dan verwijzen we door naar een participatiecoach”, vervolgt Herbert.

Advies

Cor van Loon is screener statushouder en Ans Jongen is screener regulier. Zij brengen de situatie en de mogelijkheden van kandidaten in kaart. Dat doen ze in eerste instantie aan de hand van de vragenlijst die ze in hun eigen taal via de computer, thuis of in groepsbijeenkomsten, invullen. Hierdoor hebben Cor en Ans al een goed beeld over een kandidaat voor ze een persoonlijk gesprek aangaan. “Vervolgens bespreken we de persoonlijke situatie en maken we samen met de kandidaat een plan van aanpak over hoe we de plaatsings- en participatiekansen kunnen vergroten. Bijvoorbeeld naar regulier werk, vrijwilligerswerk of maatschappelijke activering. Participeren, met als hoogste doel uitstromen uit de bijstandsuitkering”, vertelt Cor. 

Spiegel voorhouden

Statushouders hebben in hun land van herkomst geen ervaring met de Participatiewet. Cor: “Ik leg hen daarom altijd in het begin van het gesprek uit dat in Nederland mensen geacht worden iets terug te doen voor de maatschappij. Vervolgens ga ik vragen stellen om erachter te komen welke arbeidskansen en mogelijke belemmeringen er zijn. Ik benadruk altijd de voordelen van werken. Je gaat weer geld verdienen en ontmoet weer collega’s. Statushouders komen zo ook in contact met Nederlanders en kunnen zo sneller de taal leren spreken.” Niet iedereen is gemotiveerd. “Gaan mensen in de weerstand, dan houd ik hen een spiegel voor. Stel, ik ga volgende maand in Syrië of Eritrea wonen. Krijg ik dan een uitkering in jouw land? Dan is het antwoord ‘nee’. Hier in Nederland is dat wel het geval. Verwacht je tegelijk dan dat je daar niets voor terug hoeft te doen? En zo krijg ik ze toch zover dat ze meewerken.”

Opbloeien

In het Participatiehuis kunnen de screeners op elk moment een tolk inschakelen. Verder worden er cursussen VCA (Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers) in het Arabisch gegeven. Door de veiligheidsvoorschriften te kennen, komen mensen sneller aan een baan. Cor en Ans zien mensen opbloeien in de Werkplaats. “Hier gebeurt iets met mensen, op een goede manier. Hier komen diverse mensen elkaar tegen. Mensen die op straat leven tot mensen die een bedrijf hebben gehad en inmiddels failliet zijn. Dat maakt het soms lastig om iets passend te vinden. Vaak nemen ze een hulpverlener mee. Dat is ook wel handig. Op die manier weten we welke zaken al zijn ingezet”, vertelt Ans. Mensen krijgen hier echt een kans, vinden beiden. “Ze krijgen een goed zelfbeeld en voelen zich gerespecteerd. Dat is mooi om te zien”, aldus Cor.